Veendam – Ondanks de talloze problemen rond de invoering van het VTH-systeem (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) en de miljoenen die daarmee verloren zijn gegaan, heeft de Omgevingsdienst Groningen samen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, de brandweer, het Waterschap Noorderzijlvest, Rijkswaterstaat en mogelijk ook de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het Openbaar Ministerie een grootschalige tweedaagse Seveso-inspectie uitgevoerd bij Nobian in Delfzijl. De resultaten zijn verontrustend — daarover straks meer.
577 woorden – 2 minuten
Nobian Rotterdam
In september werd Nobian Chemicals aan de Welplaatweg 12 in Rotterdam gecontroleerd. De inspectie leidde tot een bestuurlijke sanctie, nadat werd vastgesteld dat bij het uitvoeren van een risicovol scenario — het vullen van een chloorinstallatie — in strijd werd gehandeld met de Seveso-richtlijn en artikel 4.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Volgens de risicomatrix en het PBZO-beleid viel deze handeling in de rode risicocategorie. De sanctie van het DCMR vindt u hier.
Nobian Delfzijl
Hoewel Rotterdam voorlopig aan een ramp lijkt te zijn ontsnapt, blijkt ook in Delfzijl niet alles op orde. Uit eerder intern onderzoek kwam naar voren dat de betrouwbaarheid en duurzaamheid van de installaties ernstig tekortschieten. De installaties lekken op diverse plekken grond- en hulpstoffen, water, stoom en zelfs olie — zoals ook blijkt uit dit artikel van Chemiepark Delfzijl. De totale omvang van de milieuschade is bij de redactie niet bekend.
Seveso Inspectie
Tijdens de tweedaagse inspectie bij de chloorfabriek van Nobian in Delfzijl onderzocht het inspectieteam onder meer de chlooropslagtanks, scenario’s en incidentrapportages. Daarbij werd een overtreding vastgesteld: de labels op de afsluiters waren volgens de inspecteurs onvoldoende duidelijk, wat bij werkzaamheden tot verwarring kan leiden. Ook werd geconcludeerd dat scenario’s gedetailleerder in werkprocessen moeten worden opgenomen.
Operations Manager Ian Pedonomou reageerde laconiek op de bevindingen: “Het labelen van de afsluiters is geen complexe zaak, maar de voorbereiding en uitvoering kosten enige tijd. Waar nodig zullen we onze procedures herzien.” Deze reactie roept direct vragen op. Waarom zou het labelen van afsluiters ‘enige tijd’ moeten kosten — gaat het hier om dagen, weken of maanden? En waarom stelt men zich hardop de vraag of procedures moeten worden herzien, terwijl het inspectieteam daarover al een duidelijk oordeel heeft geveld? Het is nu wachten op het eindoordeel dat naar verwachting over een aantal weken zal verschijnen.
Sevesoramp
De reactie van Pedonomou doet vermoeden dat hij de ernst van de Seveso-inspectie niet volledig begrijpt. Voor hem — en voor iedereen die het vergeten is — een korte herinnering:
Op 10 juli 1976 vond in een trichloorfenolproductielijn van Hoffmann-La Roche in het Italiaanse Meda een explosie plaats. Daarbij kwam een giftige gaswolk met hoge concentraties TCDD vrij, die vooral de buurgemeente Seveso trof. Dagenlang hingen gaswolken tussen de huizen, met ernstige gezondheidsklachten tot gevolg. Dioxines zoals TCDD kunnen het immuunsysteem, de hersenontwikkeling en voortplanting aantasten en zijn kankerverwekkend. Hoewel er geen dodelijke slachtoffers vielen, werden tientallen mensen ernstig ziek. Honderden dieren stierven, tienduizenden werden preventief geruimd. Groenten verdorden, bomen verloren hun bladeren, en 41 gezinnen moesten permanent verhuizen vanwege ernstige bodemverontreiniging. De ramp leidde tot decennialang epidemiologisch onderzoek, vooral naar prenatale blootstelling, en grootschalige bodemsanering.
De Seveso-ramp betekende een keerpunt in industriële veiligheid. Ze leidde tot de Europese Seveso-richtlijn (1982), die bedrijven verplicht risicoanalyses uit te voeren, noodplannen op te stellen en het publiek te informeren over gevaarlijke stoffen. Latere versies (Seveso II en III) integreerden milieu- en gezondheidsbescherming. Wereldwijd stimuleerde de ramp proactieve veiligheidsstandaarden, zoals HAZOP-analyses en transparante risicocommunicatie. Ze onderstreepte dat veiligheid een strategische prioriteit is — met een ethische verantwoordelijkheid voor zowel bedrijven als overheden.
