Rotterdamse megafusie zet onderwijs opnieuw op zijn kop

ByHoofdredactie

1 oktober 2026

Rotterdam – Van 2019 tot 2020 stond ik voor de klas. Kort nadat ik als docent was aangesteld, zette de coronapandemie het onderwijs volledig op zijn kop. Mensen verloren hun dierbaren, scholieren raakten vereenzaamd omdat zij plots thuis onderwijs moesten volgen, examens werden aangepast of geschrapt en veel scholieren ontvingen hun diploma zonder een volledig landelijk examen af te leggen. Het was een zware tijd voor iedereen, voor leerlingen in het bijzonder.

1006 woorden – 5 minuten

Zes jaar na het uitbreken van corona zorgen twee Rotterdamse onderwijsinstellingen opnieuw voor opschudding. Het Albeda, met circa 21.000 studenten, en Zadkine, met ongeveer 17.000 studenten, hebben net als in 2013 plannen aangekondigd om te fuseren. De fusie in 2013 waarbij men streefde om de nieuwe onderwijsfabriek op te knippen in 5 tot 8 thematische colleges mislukte. Nu wil men wederom tot een grote mbo opleiding fuseren. Wanneer de fusie doorgaat ontstaat één van de grootste mbo-instellingen van Nederland en kan je min of meer spreken van een monopolie op voortgezet MBO onderwijs. Hoewel het ministerie van Onderwijs nog toestemming moet verlenen, heeft de aankondiging veel reacties losgemaakt.

Voorstanders van de fusie wijzen op schaalvoordelen en een sterkere positie richting overheid en bedrijfsleven. Critici vrezen echter dat een monopolie leidt tot een minder gevarieerd aanbod van opleidingen en dat het aanbod minder zal aansluiten op de arbeidsmarkt. Een monopolist heeft tenslotte niets te vrezen van concurrentie omdat zowel docenten, ouders, leerlingen als ook bedrijven straks simpelweg geen keus meer hebben.

Fusiegolf

Om de voorgenomen samensmelting van Albeda en Zadkine te begrijpen, is het goed om terug te kijken naar de ontwikkelingen binnen het Nederlandse onderwijs van de afgelopen decennia. In 1996 werd de lumpsumbekostiging ingevoerd. Daarmee kwam een einde aan het systeem waarbij scholen afzonderlijke kosten bij het ministerie konden declareren. Sindsdien ontvangen onderwijsinstellingen een vastgesteld budget en mogen zij grotendeels zelf bepalen hoe dat wordt besteed. Eventuele financiële overschotten mogen ze houden.

Deze verandering heeft er toegeleid dat binnen deze scholen niet het onderwijs maar de bedrijfsvoering centraal staat waarbij de scholen worden geleid door bedrijfseconomen ipv onderwijsspecialisten. Scholen gingen kapitaal, onroerend goed en winst hoger waarderen dan docenten, leerlingen en goede cijfers. Vakdocenten gingen eruit en werden vervangen door docenten zoals ik die het vak Economie en Nederlands moesten geven. Voor Economie was ik opgeleid, Nederlands vroegen zij mij te geven omdat ik toenertijd een literair café en een tweedehandsboekhandel runde. In de praktijk geven tot op heden veel docenten les in vakken zonder daar ook maar enige opleiding voor genoten te hebben.

Minder lesuren

Naast schaalvergroting en kostenbesparingen werd er door veel onderwijsinstellingen ook flink gesneden in het aantal lesuren. Minder lesuren betekent immers meer winst. Dat ging na de invoering van de lumpsumbekosting aanvankelijk zo hard dat de minister van onderwijs zich in 2006 genoodzaakt voelde om een wettelijke urennorm van 1.040 uur per jaar oftewel gemiddeld 20 uur per week af te kondigen. In 2015 werd deze verlaagd naar 1.000 uur en nu is vanwege de wisselende data van de zomervakantie de feitelijke norm 988 uur oftewel 19 uur per week.

Dit is inclusief lokaalwissels want die vijf tot tien minuten dat die leerlingen nodig hebben om van het ene lokaal naar het andere te gaan, mag sinds 2013 worden meegenomen in de urennorm! Sinds dat max. vier lokaalwissels per dag mag worden meegeteld zie je dat alle scholen max 4 blokken van 2 lesuren zijn gaan geven. Zo kon men per leerling nog eens 65 uur les schrappen. Overigens is het daar niet bij gebleven want scholen zijn ook massaal toetsweken gaan invoeren omdat scholen voor twee toetsen en een les per dag 350 minuten mogen wegschrijven terwijl het hen slechts 150 minuten kost. Zo onthouden de scholen de leerlingen nog eens 66 uur les per jaar. Tegelijkertijd mogen keuzewerktijd of leerplein uren waarbij leerlingen zelfstandig aan de slag gaan met opdrachten waarbij een docent toekijkt sinds 2012 worden meegeteld.

De gevolgen zijn funest. Leerlingen krijgen steeds minder klassikaal les en ouders met hoge inkomens gingen minder werken om hun kinderen van ballet naar het paardrijden, naar zangles en de bijlescentrale te brengen en ouders met lage inkomens zagen hun kinderen de hele dagen op straat zwerven.

Groei van de overhead

Door de grotere autonomie kregen schoolbesturen steeds meer ruimte om onderwijs en organisatie naar eigen inzicht in te richten. Tegelijkertijd is de administratieve druk in het onderwijs de afgelopen jaren sterk toegenomen. Waar scholen aanvankelijk meer vrijheid kregen, moeten zij tegenwoordig uitgebreid rapporteren over kwaliteitssystemen, procedures, financiën en onderwijsresultaten. Docenten en schoolleiders klagen steen en been over de hoeveelheid administratie die hiermee gepaard gaat.

Tegen deze achtergrond moet ook de voorgenomen fusie tussen Albeda en Zadkine worden bezien. Voorstanders verwachten dat de nieuwe schoolfabriek straks beter kan inspelen op de uitdagingen van deze tijd. Tegenstanders vrezen juist dat de nieuwe monopolist meer afstand creëert tussen vraag en aanbod en dat de nieuwe school door gebrek aan concurrentie zich niet genoodzaakt voelt te investeren in innovatie en haar belangrijkste kapitaal de docenten en zijn of haar leerlingen. Waarom zou men nog. Tenslotte hebben ouders, leerlingen, docenten en uiteindelijk ook werkgevers straks niets meer te kiezen.

De vraag is dan ook niet alleen of de fusie financieel en organisatorisch verstandig is, maar vooral wat het uiteindelijk betekent als het ministerie van Onderwijs groen licht geeft voor deze fusie voor de kwaliteit van het onderwijs in de regio Rijnmond en daarmee de welzijn en welvaart in onze regio. Los van wat het ministerie van Onderwijs gaat beslissen, wil ik onze lezers alvast oproepen om de eigen volksvertegenwoordigers en werkgevers te vragen om er alles aan te doen om deze fusie tegen te gaan.