Rotterdam – Rotterdam is een stad van tegenstellingen: internationale giganten zoals Shell, Maersk en Heerema boeken er recordwinsten en tegelijkertijd leven tienduizenden mensen in armoede. Enerzijds verrijst een Manhattan aan de Maas met futuristische hoogbouw zoals de Zalmhaventorens en De Rotterdam en anderzijds verkrotten armoedige en tochtige schimmelflats in Lombardijen. Er bestaan straten waar moeders hun kroost met e-bakfietsen naar school brengen naast straten waar kinderen in de winter op slippers lopen. Er zijn gezonde en ongezonde wijken, waar sociale woningbouw plaats moet maken voor mensen met een grote beurs, terwijl de oorspronkelijke bewoners noodgedwongen vertrekken naar de randen van de stad en de omringende havendorpen.
1648 woorden – 9 minuten
Tegelijkertijd investeren het Rijk en de gemeente via het NPRZ en het Havenbedrijf enorme bedragen in de ontwikkeling van Rotterdam. Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) beschikt over een miljoenenbudget voor de ontwikkeling van Rotterdam Zuid, een van de armste wijken van Nederland. De uitbreiding van de haven naar de Tweede Maasvlakte kostte de overheid 2,9 miljard euro volgens Adrián Estrada en Felix Voogt in De Groene (2022).
Ondanks al die investeringen krijgt 1 op de 4 Rotterdamse kinderen met armoede te maken, volgens de gemeente. Dat is best vreemd, als je bedenkt dat Rotterdam een gigantische bron van inkomsten huisvest: de haven. De olie-industrie, de baggeraars, overslag-, transport- en bouwbedrijven boeken enorme winsten. Dit leidt tot grote rijkdom bij de havenbaronnen. De discrepantie tussen de vergaarde rijkdom en hardnekkige armoede bracht mij tot de volgende vragen:
Hoe kan de rijkdom die de haven voortbrengt bestaan naast de armoede in de stad? Hoe ziet de businesscase eruit die de gemeente en het Havenbedrijf hebben opgesteld die ten grondslag ligt aan de uitbreiding van de haven? Welke financiële relaties bestaan tussen haven en stad, er en in welke mate komen deze de inwoners ten goede?
Deze laatste vraag diep ik hier uit. Ik onderzocht welke geldstromen vanuit de haven rechtstreeks naar de gemeentekas vloeien en vroeg mij vervolgens af hoe dit de Rotterdammers ten goede komt. Maar eerst schets ik een kort beeld van de haven.
Een kleine geschiedenis van de haven
In de Tweede Wereldoorlog werd de haven door zware bombardementen grotendeels verwoest. Na de oorlog besloten burgemeester en havenbaronnen tot wederopbouw van de haven die voorrang kreeg boven het herstel van de stad. André van der Hout laat deze ontwikkeling zien in zijn documentaire Een kano naar zee (2025).
In de jaren zestig ontwikkelde de haven zich tot een internationale containeroverslag en stond model voor vele andere havens die zich aansloten bij een globaliserende wereldhandel, beschreven door Arjen van Veelen in zijn bestseller Rotterdam (2022).
In 2007 startte een consortium van baggeraars en bouwbedrijven met plannen voor de Tweede Maasvlakte. Zowel het Rijk als de gemeente Rotterdam besloten dat er een uitbreiding richting de Noordzee moest komen om de gunstige marktpositie te behouden door in zee land op te spuiten en vaargeulen uit te graven om de internationale supertankers efficiënt te bedienen. Inmiddels is de Tweede Maasvlakte vol in gebruik.
De haveneconomie groeit steeds verder zeewaarts, een beetje uit het zicht van de stad, maar nog steeds op Rotterdamse gemeentegrond op het grootste industrie- en bedrijventerrein van Nederland.
Een kleine geschiedenis van armoede
Het CBS publiceert jaarlijks armoedecijfers waaronder die van Rotterdam. In 2024 publiceerde het CBS dat ruim 6 procent van de Rotterdammers in armoede leeft. Het CBS hanteert een nieuw en strikter criterium dan de gemeente en vermeldt dat niet 1 op de 4 maar dat 5,9% van de kinderen in armoede leven. Ondanks dat er verschillende cijfers over armoede in omloop zijn, is vrijwel iedereen het erover eens dat er veel armoede in Rotterdam is. Helaas blijven effectieve bestuurlijke maatregelen achter.
Terwijl het succes van de haven zich uitbreidt, beheerst armoede als veelkoppig monster de stad. Nog steeds zijn slachtoffers van het toeslagenschandaal onvoldoende tegemoetgekomen, nog steeds slapen mensen op straat, nog steeds wonen families in schimmelwoningen, nog steeds hebben veel mensen grote schulden en nog steeds moeten ouders zonder grote beurs langs verschillende loketten voor een sportfonds of een noodvoorziening om hun bestaanszekerheid bij elkaar te sprokkelen. Mensen in armoede sterven gemiddeld zo’n 8 jaar eerder dan rijkere mensen, voornamelijk door slechte woonomstandigheden, financiële stress en een ongezonde leefstijl.
In 2018 werd Michiel Grauss, de eerste Rotterdamse wethouder met armoede- en schuldenbestrijding in zijn portefeuille geïnstalleerd. Sindsdien zijn er vier nieuwe wethouders geïnaugureerd, maar er is nog steeds geen structureel armoedebestrijdingsbeleid.
Wereldhaven
Sinds een kwart eeuw analyseert de Havenmonitor, een initiatief van Erasmus Centre for Urban, Port and Transport Economics in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de economie van de Rotterdamse haven. In het rapport van 2024 beschrijft de Havenmonitor dat de omzet van de Rotterdamse haven in 2023 ruim 161 miljard euro betrof.
Velen beschrijven de Rotterdamse haven als werelds, als economische motor voor de stad en de regio, zelfs voor heel Nederland, als iets waar Rotterdammers trots op zijn en waar wij allemaal van profiteren. Maar is dat wel zo? Hoeveel van die waarde vloeit terug naar de stad met haar inwoners?
Geen trickle-down effect
In discussies rondom de haven en haar waarde voor Rotterdam wordt vaak aangenomen dat via een trickle-down-effect de omwonenden meeprofiteren van de economische groei van de haven. Maar volgens de SER werkt het trickle-down-effect niet; integendeel, het versterkt de ongelijkheid tussen haves and have-nots en daardoor houdt Rotterdam haar twee gezichten.
Havenbedrijf Rotterdam N.V.
In 2004 werd het Gemeentelijke Havenbedrijf Rotterdam verzelfstandigd en omgevormd tot Havenbedrijf Rotterdam N.V. Het Havenbedrijf is voor 70% eigendom van de gemeente en voor 30% van het Rijk en is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en exploitatie van de havens van Rotterdam.
Havenbedrijf Rotterdam N.V. heeft een complex verdienmodel en haalt inkomsten uit havengelden, grondexploitatie, erfpacht, heffingen, dienstverlening en participatie in investeringen. De inkomsten uit deze diensten zijn voor het Havenbedrijf zelf en blijven binnen de N.V. Alleen de onroerendzaakbelasting (OZB) en dividend van het Havenbedrijf vloeien rechtstreeks naar de gemeentekas.
Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en Onroerend Zaak Belasting (OZB)
De grond van de Rotterdamse havens (12.000 ha) valt binnen de grenzen van de gemeente Rotterdam. Het blijkt lastig deze grond op waarde te schatten.
In augustus 2024 stelde G.J. Engberts (PvdA) kritische vragen over de OZB-inkomsten uit de haven.
Het College antwoordde: “Voor belastingjaar 2024 zijn de opbrengsten voor niet-woningen begroot op € 267 miljoen. Circa 45% van deze opbrengsten is afkomstig uit het havengebied, lees: € 120 miljoen.”
Uit dit antwoord blijkt dat de verwachte OZB-inkomsten uit niet-woningen uit de haven lager zijn dan die uit de stad. Dat is opvallend, daar de haven het grootste bedrijventerrein van Nederland vormt waarop en de industrieën als een economische katalysator van nationaal belang worden beschouwd.
Volgens de Waarderingskamer bedroeg op 1 januari 2023 de totale WOZ-waarde van niet-woningen (bedrijven) in de gemeente Rotterdam inclusief de haven 28,45 miljard euro. De WOZ-waarde van niet-woningen in de haven is 18,8 miljard euro (College, 2024). Daaruit volgt dat de WOZ-waarde van niet-woningen in de stad 9,65 miljard euro is.
Ondanks dat het hier over twee verschillende boekjaren gaat, kan op basis van deze gegevens geschat worden dat de grond van de niet-woningen in de haven twee keer meer waard is dan die in de stad. Je zou verwachten dat de inkomsten uit die gronden dan ook twee keer zo hoog zijn.Hoe komt dat dan? Zijn er misschien bedrijven vrijgesteld van OZB? Welke zijn dat dan?
Daarop antwoordde het College in haar antwoord aan Engberts dat deze informatie onder de geheimhoudingsplicht valt vanwege concurrentiegevoeligheid.
Dividend
Het exacte, specifiek aan het Havenbedrijf toe te schrijven dividendbedrag voor begrotingsjaar 2025 kon helaas niet worden teruggevonden, omdat de begroting alleen het totaal van alle deelnemingen vermeld met een totaal van €108 miljoen, met een vermelding dat het Havenbedrijf ‘veruit het grootste deel’ daarvan levert. Het bedrag dat via dividend en OZB rechtstreeks in de gemeentekas terechtkomt zal samen ongeveer 200 miljoen euro per jaar zijn, hetgeen een fractie is van de totale economische rijkdom die de haven oplevert.
De rol van College en gemeenteraad
Achter al deze cijfers schuilt ook een bestuurlijke vraag. Dat is de vraag naar wie de verantwoordelijkheid draagt voor deze inkomstenstroom voor de gemeente Rotterdam.
Waar het College via de havenwethouder tot 1 januari 2004 zelf meestuurde binnen het Havenbedrijf is het College na de oprichting van de N.V. daarna op afstand gezet. De rol van de havenwethouder veranderde, maar de eindverantwoordelijkheid niet. Dat geldt ook voor de controlerende rol van de gemeenteraad.
De overheid blijft verantwoordelijk voor ontwikkelingen in de haven en dient de relatie met de omwonenden en het maatschappelijke belang van de stad te waarborgen.
Hoe verder?
Hoe krijgen we meer zicht op armoede? Hoeveel mensen leven in de omringende wijken en in de havendorpen in onzekerheid? Hoeveel kinderen groeien daar in armoede op? Hoe ziet armoede eruit als het inkomen volgens het CBS toereikend is, maar als men toch niet kan rondkomen?
Hoe krijgen we meer zicht op rijkdom? Hoe kan een concreet beeld van de haveneconomie ontwikkeld worden dat niet alleen naar bruto-omzetten kijkt, maar dat een specifieker en gedetailleerd beeld financiële stromen laat zien.
Hoe krijgen we meer zicht op de kosten die de haven voor Rotterdammers meebrengt? Hoe worden kosten berekend door vervuiling van de lucht, door de verzilting van het grondwater, door geluidsoverlast, door risico’s door opslag en transport van gevaarlijke stoffen, door verkeerscongestie, voor huisvesting voor arbeidsmigranten of voor daklozenopvang van uitgerangeerde havenarbeiders?
Er is veel meer kennis nodig. Er moet daarom een breed onderzoek gestart worden dat de relaties tussen de rijkdom en armoede blootlegt en dat de gegevens transparant op tafel legt, waardoor inzichtelijk kan worden of er voldoende waarde vanuit de haven naar de stad terugvloeit.
Die feiten zijn nodig, want ondanks 8 jaar speciale wethouders op dit dossier is er nog steeds geen structureel armoedebeleid.
Mieke Zagt.
Met dank aan Euredice Alexander, Zoë Zagt en Sjoerd van Schooneveld voor de kritische redactie.
