Chinese multinational AVR wint jarenlange strijd tegen kleine lokale afvalverwerkers

DoorHoofdredactie

24 januari 2026
Rotterdam Plastic ParadiseRotterdam Plastic Paradise op de photoshop zie je een hoop plastic flesjes voor het stadhuis van Rotterdam.

Rotterdam – Het Europese Hof van Justitie heeft op 15 januari een baanbrekende uitspraak gedaan in een langlopende procedure die was aangespannen door het Chinese AVR. Het moederbedrijf van de AVR, het Chinese CH Hutchison Holdings met zo’n 300.000 medewerkers in 50 landen is in Nederland eigenaar van de European Container Terminal en Hutchison Ports Delta 2 (voormalig APM Terminals) in Rotterdam en de Amsterdam Container Terminal in Amsterdam. Verder is het eigenaar van A.S. Watson bekend van oa Kruisvat, Trekpleister en ICI Paris XL.

594 woorden – 3 minuten

De uitspraak van het Europese Hof van Justitie pakt bijzonder slecht uit voor Nederlandse publieke afvalverwerkers zoals BAR Afvalbeheer en Irado NV omdat deze kleine regionale spelers nu moeten wedijveren met het veel grotere Chinese AVR. De procedure draait om de toepassing van het Europese aanbestedingsrecht, specifiek de zogenaamde ‘in-house exceptie’. Deze regel, ook bekend als de 80/20-regel, bepaalt dat overheden opdrachten mogen gunnen aan “publieke” bedrijven zonder openbare aanbesteding, mits ten minste 80% van de activiteiten van dat bedrijf gericht is op de controlerende publieke instantie. Niet meer dan 20% van de omzet mag afkomstig zijn uit commerciële samenwerkingen met derden.

Het Chinese AVR dat als onderdeel van de verkoop in 2013 tot 2033 tegen woekerprijzen het Rotterdamse afval mag verwerken, waardoor ook nooit de afvalscheiding in Rotterdam van de grond is gekomen. Nu procudeert het Chinese AVR al jaren tegen BAR Afvalbeheer (actief in de BAR-gemeenten: Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk) en Irado NV (verantwoordelijk voor afvalinzameling in Schiedam, Vlaardingen en omstreken) omwille van de manier waarop deze publieke afvalverwerkers de regel toepassen. Volgens AVR omzeilen deze lokale bedrijven de 20/80 limiet door hun activiteiten te verdelen over meerdere BV’s, waardoor de commerciële omzet per entiteit onder de 20% bleef, maar over de hele groep mogelijk erboven uitstijgt.

Na jaren procederen heeft het Europese Hof het Chinese AVR in het gelijk gesteld. In een helder arrest oordeelt het Hof dat de 80/20-regel niet beperkt mag worden tot afzonderlijke BV’s, maar getoetst moet worden over de gehele groep waartoe een rechtspersoon behoort. Dit betekent dat de totale commerciële activiteiten van de moedermaatschappij en alle dochterondernemingen bij elkaar moeten worden opgeteld.

Waarom Dit Slecht Uitpakt voor BAR en Irado

Voor BAR Afvalbeheer en Irado NV, die beide sterk verankerd zijn in de publieke sector en nauw samenwerken met gemeenten, brengt deze uitspraak aanzienlijke uitdagingen met zich mee omdat Irado en BAR nu min of meer onder dwang afstand moeten doen van hun “Commerciële Activiteiten” waardoor het Chinese AVR deze activiteiten straks voor een appel en een ei kunnen overnemen. Met als gevolg dat de Chinesen dankzij haar groeiende monopolie positie straks de prijzen in Rotterdam nog verder kan opvoeren.

Ook de burgers zullen deze uitspraak in hun portemonnee gaan voelen omdat met het weg vallen van de commerciele activiteiten er minder afval verwerkt kan worden waardoor er ontslagen gaan volgend en de kosten hard zullen stijgen. Er wordt nu al rekening gehouden met prijsstijgingen van 30 tot 40% per kg. Kosten die doorberekend zullen woorden aan de gemeenten, die op hun beurt het weer doorberekenen aan haar inwoners.

Nu viert het Chinese AVR de uitspraak als een mijlpaal voor ‘eerlijke concurrentie’, maar het is duidelijk dat dit de doodsteek is van de Nederlandse afvalverwerkingsindustrie. Nu hebben BAR Afvalbeheer en Irado nog niet officieel gereageerd, maar wij verwachten dat zij hun commerciele actviteiten zullen afstoten om compliant te blijven. De uitspraak van het Europese Hof is namelijk bindend.

Bron: Arrest van het Europese Hof van Justitie, 15 januari 2026, in de zaak AVR vs. BAR Afvalbeheer en Irado NV.