Steeds minder Walverlof onder druk: ‘Als havengemeenschap moeten we samen verantwoordelijkheid nemen’

Tekening Willem Hekking van het voormalige Zeemanshuis Amsterdam op Kadijksplein (geschat 1858)Tekening Willem Hekking van het voormalige Zeemanshuis Amsterdam op Kadijksplein (geschat 1858)

Amsterdam – Uit recent onderzoek van de Port of Amsterdam blijkt dat één op de vier zeevarenden bij een bezoek aan de Amsterdamse haven niet van boord gaat. Voor Milembe Mateyo, (Rijks)havenmeester en opdrachtgever van het onderzoek, komt dit niet als een verrassing: “Walverlof is een fundamenteel recht dat bijdraagt aan het welzijn van bemanningsleden. Toch staat het wereldwijd onder druk. Als havengemeenschap moeten we hier actief werk van maken.”

474 woorden – 3 minuten

Aanleiding voor het onderzoek

Het onderzoek werd uitgevoerd omdat het aantal bezoekers aan het Zeemanshuis sinds de coronaperiode sterk terugloopt. Binnen Rotterdam bestaat het Zeemanshuis zelfs geen eens meer. Gelukkig kunnen zeevaarders nog wel terecht in het Zeemanshuis van Schiedam en vandaag spraken wij de Havendominee van Schiedam Daniel Odhiambo. Binnenkort volgt hier een interview met hem. De havendominee van Amsterdam Leon Rasser merkte tijdens zijn scheepsbezoeken dat veel zeevarenden nauwelijks nog van boord komen en dit heeft volgens het onderzoek de volgende oorzaken:

  • Tijdsdruk: de korte verblijfsduur in de haven laat weinig ruimte voor verlof.
  • Vervoerskosten: het vervoer van schip naar stad kan prijzig zijn en komt vaak voor rekening van de bemanning.
  • Beveiliging: sinds de invoering van de ISPS-code in 2004 zijn terminals zwaar beveiligd en niet vrij toegankelijk. In de afweging tussen veiligheid en welzijn wint veiligheid het vaak.

Een wereldwijd probleem

Niet alleen in Amsterdam, maar ook in andere havens wereldwijd staat walverlof onder druk. Volgens de internationale Seafarers Happiness Index (SHI) is de mogelijkheid om aan wal te gaan cruciaal voor een gezond en gelukkig leven op zee. Toch blijkt uit de index dat walverlof vaak niet wordt benut. Mateyo licht toe: “Het is een complex probleem, met veel betrokken partijen: rederijen, agenten, kapiteins, terminals, beveiliging… en dan zijn er nog de kosten en de werkdruk. Havens zijn strak georganiseerd en schepen liggen zo kort mogelijk aan wal. In die korte tijd moet alles gebeuren: laden, lossen, bunkeren, bevoorraden, onderhoud. Walverlof schiet er dan vaak bij in.”

Samen zoeken naar oplossingen

“Een eenvoudige oplossing is er niet,” erkent Mateyo. “Maar toegang tot welzijnsvoorzieningen, zowel aan boord als aan wal, is een internationaal recht. De hele keten moet hierin verantwoordelijkheid nemen.” Er komt een vervolgonderzoek met als doel concrete verbeteringen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het vergoeden van vervoerskosten, zodat deze niet langer op de schouders van zeevarenden rusten. Ook wordt ingezet op betere samenwerking tussen ketenpartners en heldere communicatie richting bemanningen.

Mens achter het schip

Mateyo besluit met een krachtige oproep: “We lijden aan zeeblindheid. We zien de lading, maar niet de mensen die haar brengen. Globalisering, schaalvergroting en de afstand tussen haven en stad hebben de menselijke kant van de scheepvaart naar de achtergrond gedrukt. Maar zonder bemanning geen scheepvaart, en zonder scheepvaart geen haven. Daarom zie ik het als onze morele plicht om de omstandigheden voor zeevarenden die onze haven aandoen te verbeteren.”