ROTTERDAM – Een opmerkelijke onthulling in het Algemeen Dagblad werpt een kritisch licht op het communicatiebeleid van het Openbaar Ministerie (OM) in de Rotterdamse haven. Een internationale undercoveroperatie werd voortijdig opgeblazen nadat twee corrupte medewerkers van logistiek dienstverlener Rhenus bij het OM smeekten om een persbericht de deur uit te doen van in beslag genomen drugs, uit angst dat hun criminele contactpersonen hen verantwoordelijk zouden houden voor de vermeende verdwenen partij drugs.
257 woorden – 1 minuut
Het voorval illustreert een hardnekkig en onbedoeld neveneffect want doordat elke onderschepte cocaïnepartij per persbericht wereldkundig te maken, wordt er enerzijds afrekeningen in het criminele circuit voorkomen maar door openlijk te claimen dat de drugs in beslag zijn genomen, wordt voorkomen dat criminele bendes havenarbeiders of elkaar verdenken van diefstal – een verdenking die in het verleden geregeld leidde tot liquidaties.
Maar deze ogenschijnlijk levensreddende maatregel heeft een keerzijde. Door steevast een persbericht te verspreiden, biedt het OM corrupte havenmedewerkers een vrijbrief. Zij kunnen naar het officiële bericht verwijzen om hun eigen rol te verhullen, fouten te maskeren of zelfs diefstal te verdoezelen. Tegenover criminele opdrachtgevers kunnen zij daardoor claimen dat zij niets verkeerd hebben gedaan; de schuld ligt immers bij de autoriteiten.
Het OM-mechanisme, bedoeld om levens te redden, blijkt in de praktijk een dekkingsmantel voor corrupte havenmedewerkers. Het incident met de 20 kilo cocaïne bij Rhenus is geen op zichzelf staand geval, maar een symptoom van een breder probleem. De Rotterdamse haven wordt hierdoor niet veiliger, maar juist kwetsbaarder voor georganiseerde criminaliteit die gebruikmaakt van de eigen communicatiestrategie van de overheid.
