Maritieme innovatie krijgt miljoenensteun, terwijl Nederlandse kennis naar het buitenland dreigt te verdwijnen

ByHoofd Redactie

26 september 2026

ROTTERDAM – Terwijl de Nederlandse overheid opnieuw miljoenen euro’s beschikbaar stelt voor innovatie in de maritieme sector, verdwijnen belangrijke delen van de Nederlandse maritieme kennisinfrastructuur naar het buitenland. Dat contrast roept vragen op over de langetermijnstrategie voor de Nederlandse scheepsbouwindustrie.

564 woorden – 3 minuten


Maritieme Innovatie Projecten

Marja van Bijsterveldt, Gezant Maritieme Maakindustrie, schrijft vandaag op LinkedIn dat bedrijven, kennisinstellingen en overheden die binnen de Maritieme Innovatie Projecten (MIP) samenwerken, opnieuw innovatieve projecten kunnen aanmelden voor financiële ondersteuning. De overheid stelt hiervoor €10,5 miljoen beschikbaar. Dankzij volledige cofinanciering door bedrijven en kennisinstellingen wordt dat bedrag verdubbeld tot in totaal €21 miljoen. Volgens Van Bijsterveldt is dit “weer een mooie en belangrijke stap voor de Nederlandse maritieme maakindustrie”. Het programma moet bijdragen aan een veilige, weerbare, duurzame en welvarende maritieme sector.

Kroonjuwelen in de uitverkoop?

Tegelijkertijd lijken belangrijke Nederlandse maritieme kennisbedrijven juist steeds vaker in buitenlandse handen te komen. Zo maakte het Indiase staatsbedrijf Cochin Shipyard op 24 september bekend een belang van 23 procent te willen verwerven in Conoship International Holding, de bijna 75 jaar oude Nederlandse scheepsontwerper. Volgens het gezamenlijke persbericht bedraagt de investering circa €2,3 miljoen en denkt men na goedkeuring van de Indiaase overheid de “participatie” binnen twee maanden al te hebben afgerond. Met de aankoop wil Cochin Shipyard zijn positie op de Europese markt voor coasters en binnenvaartschepen versterken. Daarbij speelt de kennis en ontwerpcapaciteit van Conoship een belangrijke rol.

Strategische kennis

Conoship en Cochin Shipyard werken al langer samen. Recent verwierf de Indiase werf een opdracht van rederij Wilson voor acht door Conoship ontworpen CIP6300-schepen. Via de participatie krijgt Cochin toegang tot de expertise die Conoship in tientallen jaren heeft opgebouwd op het gebied van ontwerp, engineering en productieondersteuning. Waar Cochin vooral beschikt over omvangrijke bouwcapaciteit, ligt de kracht van Conoship in het vertalen van nieuwe markteisen en regelgeving naar innovatieve scheepsontwerpen. Juist die combinatie maakt het mogelijk bewezen ontwerpen op grotere schaal aan te bieden.

Waardering roept vragen op

De waardering van Conoship roept echter vragen op. Het bedrijf heeft vestigingen in Groningen (hoofdkantoor), Rotterdam en het Poolse Gdansk en telt ongeveer vijftig medewerkers. Op basis van de 23% participatie thv 2.3 miljoen euro kunnen wij opmaken dat de boekwaarde van Conoship rond de € 10 miljoen ligt. Daarmee lijkt de onderneming relatief laag gewaardeerd voor een bedrijf met decennialange ervaring, een internationale klantenkring en een gevestigde naam binnen de Europese scheepsbouw. Of die waardering het gevolg is van beperkte winstgevendheid, hoge schulden of andere financiële factoren, is niet bekend.

Gevolgen voor Nederlandse werven

De participatie van Cochin Shipyard kan ook gevolgen hebben voor Nederlandse scheepswerven. Waar Conoship traditioneel nauw samenwerkt met Nederlandse en Europese bouwers, bestaat de mogelijkheid dat toekomstige opdrachten vaker richting India zullen verschuiven. Al maken Nederlandse werven momenteel al veelvuldig gebruik van casco’s uit lagelonenlanden. Critici vrezen dat verdere verschuiving van ontwerp, engineering en productie naar het buitenland uiteindelijk leidt tot het verdwijnen van essentiële kennis en industriële capaciteit in Nederland. Daardoor dreigt Nederland langzaamaan haar leidende positie als scheepbouwland te verliezen.