Terneuzen – Rijkswaterstaat heeft zware pompen geplaatst bij de sluizen van Terneuzen om grote hoeveelheden water vanuit de Westerschelde het Kanaal Gent–Terneuzen in te pompen. Daarmee probeert men verdere daling van het waterpeil te voorkomen en de druk op de kanaaldijken te verminderen. Door de aanhoudende droogte dreigen delen van de dijken te scheuren, wat tot dijkdoorbraken kan leiden.
719 woorden – 4 minuten
De noodmaatregel heeft echter een keerzijde: het water uit de Schelde is zout, waardoor de verzilting in het kanaal snel toeneemt. Dat veroorzaakt problemen voor de landbouw (irrigatiewater), infrastructuur (corrosie), natuur maar ook aan +/- 25 grote industriële bedrijven die aan de Belgische kant water uit kanaal oppompen voor hun fabrieken te laten draaien en/of te koelen. De installaties van deze bedrijven kunnen niet tegen te hoge zoutconcentraties.
Zo gebruiken de volgende vier grote, bekende bedrijven het water om:
- Algist Bruggeman om bakkersgist te maken.
- ArcelorMittal Gent om staal te kunnen produceren en de ovens te koelen.
- Cargill Gent om diervoeding en biochemische producten te produceren.
- Engie om energie op te wekken en de centrale te koelen..
Door de toenemende verzilting moeten bedrijven noodscenario’s activeren: alternatieve watertoevoer regelen, productie afschalen of installaties tijdelijk stilleggen. Sommige bedrijven waarschuwen dat langdurige verzilting kan leiden tot miljoenen euro’s schade, omdat leidingen, warmtewisselaars en biologische processen niet tegen zout water bestand zijn.
De werkgroep ‘Droogte en verzilting’ van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) speelt een cruciale rol in het aanpakken van waterbeheeruitdagingen in het Kanaal Gent-Terneuzen. De werkgroep onderzoekt welke extra maatregelen er genomen kan worden om verdere verzilting tegen te gaan. Schelde in beel, een consortium van Antea, Bureau Waardenburg, HKV Lijn in Water en Universiteit Gent, voert het onderzoek uit. Op dit moment richt het onderzoek zich op zes onderwerpen:
1. Zoet-zoutverdeling
Is het KGT daadwerkelijk een goed gemengd systeem? Waar zitten mogelijke afwijkingen? Een data-analyse op basis van bestaande meetgegevens moet antwoord geven op deze vragen. De gegevens komen onder andere uit metingen door Rijkswaterstaat en de 8-wekelijkse temperatuur-, saliniteit- en zuurstofmetingen (TSO), waarbij op een vast traject wordt gevaren.
2. Zoutlast en peilbeheer
Hoe verandert de zoutverspreiding in de toekomst bij gemiddelde tot extreme condities? Wat zijn de kritische grenzen voor de aanvoer van zoet water (debiet) vanuit Gent/Evergem om het peil te kunnen handhaven? Hoeveel schuttingen blijven mogelijk met minimale afvoer? Hoeveel zoetwaterdebiet is nodig in de winter om het kanaal te spoelen? De onderzoekers maken verschillende modellen van mogelijke toekomstscenario’s. Vier scenario’s met verschillend debiet worden gecombineerd met drie verschillende scheepvaartprognoses (andere input van zout vanuit het kanaal), om in totaal tot twaalf scenario’s te komen.
3. Aquatisch-ecologisch onderzoek
Wat is de impact van verzilting op de waterecologie? Wat is de huidige ecologische situatie en hoe goed is deze bestand tegen verzilting? Op dertig locaties in het kanaal en de belangrijkste zijtakken worden ecologische parameters gecontroleerd:
- Macro-invertebraten (met het blote oog waarneembare ongewervelden)
- Fytoplankton (plankton dat afhankelijk is van fotosynthese)
- Basiswaterkwaliteitsparameters
- Visgemeenschap
4. Terrestrisch onderzoek (waterspitsmuis en chloridebalans in kreken)
De waterspitsmuis, een beschermde soort, kan mogelijk gevolgen ondervinden van veranderingen in de kwaliteit van het water. Hoeveel waterspitsmuizen komen in het gebied voor? Hoe werkt de water- en chloridebalans in de kreken? Door middel van e-DNA-analyse van grondmonsters controleren de onderzoekers het al dan niet voorkomen van deze soort.
Uit het milieueffectrapport Nieuwe Sluis Terneuzen (MER NST) bleek dat er binnen natuurreservaat Canisvliet invloed kan zijn van de verzilting van het kanaal. De kwelsloot is al fysiek gescheiden van de Canisvlietse Kreek om het kruipend moerasscherm te beschermen tegen die verzilting.
5. Onttrekking door bedrijven
De werkgroep wil inzicht krijgen in de invloed van verzilting op de industrie. Aan de hand van interviews met North Sea Port en de bedrijven worden de volgende vragen beantwoord: wat zijn de grenzen van zoutgehalte waarmee het water gebruikt kan worden? Welke investeringen zijn er nodig als deze grens vaker wordt overschreden? Zijn er in de periode 2017-2020 problemen omtrent verzilting vastgesteld?
6. Grondwater
In het MER NST bleek dat er tot een bepaalde zoutwaarde geen gevolgen zijn voor het grondwater. De onderzoekers gaan deze hypothese controleren om te bepalen of verder onderzoek nodig is. In het Vlaamse gedeelte controleren we of het kanaal en de zijtakken drainerend zijn.
ArcelorMittal wil het niet afwachten en investeert in omgekeerde osmose (reverse osmosis) om opgeloste zouten en onzuiverheden te filteren uit het water van het kanaal Gent-Terneuzen.
